zondag 29 september 2019

Agractie 1 okt 2019: Open brief aan jonge mensen met een hart voor de landbouw,


Landbouw in Nederland: is de gouden tijd voorbij of gaat de gouden tijd komen?


Jullie hebben het ‘boerenvirus’ meegekregen. Je wordt blij van gewassen die groeien, van zaaien, van land bewerken, van oogsten. Je ziet jonge dieren geboren worden en je zorgt met je familie goed voor die dieren zodat er zuivel is, en eieren en vlees. Voor al die mensen die zelf geen voedsel maken, die via de supermarkten vrij kunnen kiezen wat ze vandaag willen eten. Elke dag is het voedsel voor al die mensen weer volop beschikbaar dankzij jullie werk. Wat is het prachtig als er weer een vrachtauto vol product jullie erf verlaat.

Je staat vaak vroeg op, werkt in avonden en nachten, in de weekenden. Je staat letterlijk met de laarzen in de klei (of veen of zand) en tussen de dieren. Je vraagt je niet eens af of al jullie inzet bijzonder is, hard werken doet iedereen toch?

En waar jij opgroeide is hard werken ook heel normaal. Zoals het ook gewoon is dat je als boer heel veel risico loopt, een ziekte of hagelbui kan je opbrengst van dat hele jaar vernielen. Dan hoop je dat je door als familie zuinig te zijn de kosten dat jaar nog net op kunt brengen. Dat lukt dan ook alleen als jullie een fors deel eigen geld in het bedrijf laten. De boer is CFO en CEO, draagt tegelijk ook de overall om het werk te doen en is ook nog de risicodrager.

Allemaal normale gang van zaken in de wereld waarin je opgegroeid bent. Jij wilt daarin ook verder, je hebt het virus. En wat is het ook mooi, wat zijn er betoverende momenten die goud waard zijn. Jij in je trekker met zonsondergang achter de maïshakselaar aan, je draait met al die tonnen gewicht achter de trekker de weg op en rijdt naar het erf om de sleufsilo vol te rijden. Die avond laat pak je samen een biertje, het is weer gelukt dit jaar met de maïsoogst. Jij tussen de dieren waarvoor jullie zoveel geïnvesteerd hebben om ze optimaal te verzorgen. De dieren die zo ontzettend efficiënt het voer omzetten in prachtige producten waar we allemaal van leven.

Jullie doen dat zo efficiënt dat er mensen vanuit heel de wereld komen kijken hoe we dat voor elkaar krijgen. Men is eigenlijk jaloers op de extreem hoge kwaliteit producten die we hier kunnen leveren. En wat zijn we ook innovatief in agro land, we zijn voorloper in machines en technieken. Kijk naar zo’n dorp als Barneveld waar een bedrijf als MOBA zit, hun machines om eieren te sorteren vind je over de hele wereld. En eigenlijk vinden we dat in de agro wereld ook maar weer ‘gewoon’, we doen gewoon ons best en we proberen steeds weer nieuwe dingen uit.

En dan doe je zo ontzettend je best en dan blijkt ‘ineens’ dat ‘men’ vindt dat je het helemaal ‘fout’ doet.

De krantenkoppen buitelen over elkaar heen, je bent steeds weer de gebeten hond, het ligt aan de landbouw, aan de landbouw aan de landbouw. De veehouderij krijgt daarbinnen nog het meest te verduren. Mensen die er geen expert zijn krijgen op tv alle ruimte om hun visie te geven, alsof ze na het kijken van een paar filmpjes ineens ‘precies weten hoe het zit’. Het ligt dus aan jou, aan de veehouderij, aan het ‘landbouwsysteem’.

‘Ze’ zullen jou zeggen dat je het helemaal fout doet. Terwijl ‘ze’ wel gewoon als consument goedkoop voedsel in stand houden. Terwijl ‘ze’ wel import van voedsel met veel minder eisen mogelijk maken. En ‘ze’ wel willen vliegen en bouwen en rijden, want het ligt allemaal aan ‘jou’.

‘Ze’ hebben het niet over die enorme investeringen die je gedaan hebt voor dierwelzijn, voor milieu, voor natuur. Niemand waardeert de enorme ontwikkeling die je doorgemaakt hebt waardoor je ook op milieugebied en dierwelzijn koploper bent in de wereld.

‘Ze’ lopen over je heen en ze vegen daarbij ook nog even stevig de schoenen. En dan kijken ‘ze’ achterom en zeggen: ‘Zie je wel hoe vies het is?’

Wat is het dan ontzettend verleidelijk om me je 150 pk trekker naar Den Haag te rijden. Om eens te vragen waar ‘ze’ nu helemaal mee bezig zijn. Om te zeggen dat ‘ze’ er niets van snappen. Dat ze jullie als boeren op deze manier kapot maken. Met hun mooie verhalen over hoe het anders moet maar je vervolgens lekker alleen laten zitten met de investeringen en risico’s.

Is het goed om te protesteren?

Ja, laat aan de brede maatschappij zien dat je er bent, dat je mens bent en dat je graag verder wilt met voedsel maken zodat al die andere mensen dat in de supermarkt kunnen kopen. Ook al is dat heel hard werken voor een laag rendement. Dat kan op 1 oktober in Den Haag, dat kan ook heel erg goed (of misschien zelfs wel beter) bij jou in de regio, of samen met je mede studenten een manier vinden om jezelf laten zien.

Tegelijk, als het daar ophoudt, als het stopt bij een grote demonstratie waar 'wij zijn boos' de boodschap is, en natuurlijk is er dan die dag media aandacht voor die boosheid, maar wat hebben we dan bereikt?

Is onder die boodschap niet eigenlijk de boodschap: ok, ok, we willen samenwerken aan dat 'anders' produceren. Maar zie dan als maatschappij ook jullie eigen rol en laten we dat samen doen. En stop met naar ons wijzen als 'de' foute boeren.

Want ergens is het voor jullie als jonge boeren ook echt niet een verrassing dat er dingen zijn die anders moeten, ook best wel anders kunnen. Jullie weten ook dat er al heel veel vernieuwingen gaande zijn, spannende vernieuwingen. Soms van hele grote bedrijven die super efficiënt en super schoon werken, met hoge eisen aan dierwelzijn. En ook van juist kleine bedrijven die met producten of diensten bijzondere waarde weten te leveren aan de maatschappij. Want je hebt best in de gaten dat daar ook behoefte aan is. Je weet dat er boeren zijn die slim landbouw en natuur weten te combineren. Dat er burgers zijn die graag samenwerken met boeren. Dat hoeven we je op school eigenlijk al amper meer uit te leggen. De grote vraag is vooral: en hoe ziet die toekomst er dan voor jouzelf uit?

Jouw vraag is: wat past er dan bij mij, bij mijn familie, bij het bedrijf en bij de plek waar mijn bedrijf zit? En hoe krijgen we dat georganiseerd en hoe krijgen we dat voor elkaar met risico’s die hanteerbaar zijn? Hoe doe ik dat zonder dat ik slaaf ben van het eigen bedrijf, hoe hou ik plezier in het boer zijn?

Dat zijn spannende vragen zonder rechtstreekse antwoorden. Het succes waarmee we met zijn allen mogelijkheden vinden, juist voor die kleine bedrijven, bepaalt hoe ons platteland er in de toekomst uitziet. Ik beleef het als een voorrecht om met de studenten in Dronten te werken, heel veel van die studenten willen zelf boer zijn of boer worden. We bouwen tijdens gesprekken, excursies en colleges aan het beeld hoe de landbouw geworden is zoals het nu is, we proberen de uitdagingen die er zijn scherp te krijgen. Als het gaat om milieu en als het gaat om de verbinding met de burger.

We hebben het er samen over: is de gouden tijd van de landbouw voorbij of gaat de gouden tijd van de landbouw komen? Ik hoop met jullie dat het die laatste is: een toekomst waar de boerendiversiteit zorgt voor een divers platteland met daarin de biodiversiteit die we nodig hebben.

Een toekomst waar ongetwijfeld een flink aantal echt grote bedrijven zullen ontstaan, wellicht helemaal geïntegreerd in agro ketens. Als dit bij jou past, ga ervoor! Want we hebben echt heel veel voedsel nodig, heel erg veel. Meer dan de meeste burgers zich voor kunnen stellen. En misschien, heel misschien is die ruimte er dan meer voor jou buiten Nederland. Onthoud dan: dat ligt dan niet aan jou, dat ligt dan gewoon aan het feit dat we best een klein land zijn. En laten we ook eerlijk zijn, de locatie is voor jou eigenlijk ook minder relevant, als het bedrijf maar goed loopt.

Tegelijk hoop ik ook dat voor een groot deel van jullie een weg gevonden wordt die ruimte geeft voor het boer zijn, voor het vakmanschap, voor het bijzondere van het platteland, van dieren en planten, van het ritme van seizoenen, van zaaien en oogsten. Misschien zijn dat wel bedrijven waar burgers in mee financieren, waarin je met andere boeren samenwerkt in nieuwe manieren om jouw unieke product bij de consument te krijgen. Dat zijn de bedrijven die het platteland van hele grote meerwaarde maken voor een drukken en steeds meer stedelijke omgeving

Daaraan bij kunnen dragen, dat is voor mij de reden om te werken in het agrarisch onderwijs. Om een radartje te zijn in de zoektocht naar jouw plek op de boerderij die bij jou past.

Ron Methorst
Docent/onderzoeker - HBO Postdoc Landbouw en Omgeving
Aeres Hogeschool Dronten
@ronmethorst

PS: aan alle mensen die diep overtuigd zijn van ontwerpfouten in het landbouwsysteem: jullie stem is en wordt gehoord, ook door mij en ook door de studenten. Durf je ook eens te verplaatsen in het effect van jouw wijze van communiceren op een heel belangrijke partner voor de toekomst: de jonge boer. Onderling gesprek in die zoektocht vraagt ook onderling respect, respect dat makkelijk verdwijnt als in de discussie ééndimensionaal fanatisme een plaats krijgt.

donderdag 11 april 2019

'Waarden delen met burger'

Een  mooi artikel in Pigbusiness waarin woordvoerder Dé van de Riet van de belangenbehartigersorganisatie voor slachterijen en vleesverwerkers COV en het voorlichtings- en informatieplatform Vlees.nl uitlegt dat gesprek over 'feiten' belangrijk is maar niet DE oplossing, juist de onderliggende waarden zijn belangrijk.
Hier de link naar het artikel 'Boeren moeten zich niet blind staren op feiten, maar meer hun waarden delen met burger'


zaterdag 23 maart 2019

Ondertussen in Oekraine: heel, heel veel vleeskippen

In Oekraine zijn ze ook goed in letterlijk lezen van de wetteksten, import van geslachte kip met botten kan buiten de quota om.... dan is een deal met een Nederlands uitsnijderij toch gauw gemaakt?
slimme jongens die Hollanders, uh, Oekrainers.

Ondertussen is het voor Nederlandse producten weer een slag moeilijker.

Een kleine aantekening, toch even voor het totaal plaatje: Nederlandse uitgelegde legkippen gaan in grote aantallen de Afrikaanse markten op, ook niet zo fijn voor de kippenvleesproducenten daar.
Tja, vrijhandel zeggen we dan.

Artikel Down to Earth Magazine vleeskippen Oekraine



Europa moet niet afhankelijk willen zijn van soja uit Zuid Amerika


Via twitter vond ik  deze afbeelding, alle locaties van boten geladen met soya op de oceanen.
het merendeel is op weg naar China.

des temeer reden om te werken aan eiwit productie in Europa. We hebben de gronden, we weten hoe het moet, het is ook nog goed voor de bodem (N-binding). Dus doen zou ik zeggen. Waarom gebeurt het nog niet cq te weinig? Import via de haven is goedkoper en het helpt natuurlijk niet dat het onrustig is in Oekraine waar ongelooflijk veel grond is die ontzettend veel kan produceren.

Maar zeg nu zelf, we willen toch niet over 10 jaar nog steeds afhankelijk zijn van soja import voor ons vee? Als China het echt nodig heeft komen die boten misschien niet meer onze kant op...

afbeelding gevonden op twitter account van Karen Braun: @kannbwx


woensdag 23 november 2016

Dit gaat over auto’s en parkeren, NIET over melkveehouders en fosfaatplafond

In een straat met 100 huizen zijn 100 parkeerplaatsen. Elk huis heeft een grote en een kleine auto, 1 geparkeerd op eigen oprit, 1 geparkeerd op straat. 15 bewoners besluiten om de eigen oprit zo in te richten dat beide auto’s daar kunnen staan. De vrijgekomen parkeerplaatsen blijven niet lang leeg, al gauw is er bij 15 woningen een auto bijgekomen. De parkeerplaatsen zijn dus weer vol. Het is druk in de straat, maar het gaat net.

Dan komt er nieuws: er worden extra parkeerplaatsen gemaakt.

Al snel worden er auto’s bijgekocht, bij 10 woningen komen er 2 auto’s bij, bij nog eens 15 woningen 1 auto. Die 35 nieuwe auto’s passen echter niet op de nieuwe parkeerplaats, die blijkt na de aanleg namelijk maar plaats te hebben voor 10 auto’s. Het wordt dus al snel een redelijke chaos in de straat door dubbel geparkeerde auto’s en opstoppingen.

De burgemeester en wethouder worden erbij gehaald, er is een groot probleem. Even krijgt de wethouder zelfs de schuld dat hij het niet goed aan heeft zien komen, dit had hij op moeten lossen. 
Na een buurtoverleg was men eruit: er moet meer parkeerruimte komen, een kleinere auto neemt minder ruimte in, dus simpel: bij elk huis moet van de oorspronkelijke 2 auto’s de grote ingeruild worden voor een kleine.

Ja maar, zeggen de mensen die beide auto’s op eigen oprit konden parkeren, hoe zit dat nou? Wij gebruiken de openbare parkeerplaats niet eens, waarom moeten wij dan iets inleveren? Gestraft voor een probleem dat we niet gemaakt hebben?

Maar de burgemeester en wethouder zaten met een dilemma. Al die extra auto’s die gekocht waren, waren namelijk wel goed voor de omzet van het garagebedrijf, en dat was toch ook wat waard. En, tja, de wetgeving wordt anders te ingewikkeld, met uitzonderingen enzo. Nee, we houden het zo. Iedereen moet een grote auto inruilen voor een kleine.  
 
Mocht iemand een gelijkenis zien met melkveehouderij, dan berust dat puur op toeval.

Wat nu als je als burger 'extra dingen' moet doen op eigen kosten?

Je hoort nogal eens dat boeren meer moeten doen voor de inkomenssteun die hij ontvangt, die vraag of verwachting is  is echter echt slecht onderbouwd en stemmingmakend, er spreekt uit dat je het beeld hebt dat de boeren met gemeenschapsgeld gesponsord zouden worden om zo goedkoop mogelijk te produceren. Je hebt geen oog voor het hele pakket aan politieke keuzes. Zeker, de landbouw heeft binnen die politieke keuzes en economische randvoorwaarden keuzes gemaakt over de ontwikkeling van hun bedrijven. Daarbij zijn zij echt niet ‘heilig’, als je economie leidend laat zijn, zijn vrijwel alle mensen (in ALLE sectoren) nu eenmaal geneigd veel op te willen offeren voor meer rendement (denk aan de kleding industrie en de fabrieken in Bangladesh). Dus moet er goede regulering zijn.
Maar stel nu dat ik het volgende zeg: ‘jouw woning staat op een plaats waar ook natuur had kunnen zijn, dus prima, jij mag daar blijven wonen, we snappen ook wel dat je ergens moet wonen. Maar je hebt door daar te wonen wel een negatief effect op de natuur. Dat moet je wel compenseren natuurlijk, we kunnen dit niet zomaar laten gebeuren toch? Je hebt die woning eerlijk gekocht of gehuurd? Ja natuurlijk, daar zeggen we toch ook niets van, dat mag je ook blijven doen. ‘Maar ik ben toch niet de enige, er zijn er zoveel meer, wat ik doe valt toch in het niet bij het geheel?’ Ja, natuurlijk, maar nu hebben we het over jouw effect op de natuur die er had kunnen zijn op de plek waar je woont. Dus we ontkomen er niet aan dat je het moet compenseren, je moet bijvoorbeeld kiezen uit een pakket maatregelen: op 2 middagen per week ga je slootkanten onderhoud doen, of op 2 middagen per week ga je het oprukkende Ambrosia plantje bestrijden door het handmatig te verwijderen, of je gaat 2 middagen per week onderhoud doen in moerasachtige gebieden door het open te houden. Je mag het ook doen door het af te kopen overigen, dan ga jij die dagen gewoon werken maar betaal je iemand anders die het voor je doet
En je inkomen dan? je begrijpt dat we je die 2 middagen niet kunnen betalen, natuurlijk niet, het is compensatie voor het feit dat jij woont waar je woont/werkt waar je werkt/studeert waar je studeert. Dus natuurlijk krijg je daar geen inkomen voor. Wordt je inkomen daardoor minder? Tjsa, daar kunnen wij ook niets aan doen, dan moet je je andere middagen maar beter vermarkten zodat die beter betaald worden, daar moet je gewoon een beter marketing concept voor uitwerken zodat je meer betaald wordt in je productieve uren. Er is veel concurrentie op die arbeids markt zeg je? Dus je kunt die extra prijs niet vragen of krijgen? Hm, ja, goed punt, zeker, is inderdaad lastig. daar moet je dan nog eens goed over nadenken. We hebben er alle vertrouwen in dat het je gaat lukken.’
Flauw verhaal? Zeker, misschien wel, maar toch, leg het eens naast wat gevraagd wordt van agrarisch ondernemers in relatie tot natuur en landschap, er zitten verbazingwekkend veel overeenkomsten in. Het voelt toch anders als het over jezelf gaat.

zaterdag 29 oktober 2016

Welkom bij verdediging van mijn proefschrift, vrijdag 18 nov 16 uur Aula WUR

Wat in 2010 begin met een vraag leidt in 2016 tot een proefschrift. Hoe beleven boeren het speelveld voor de ontwikkeling van hun bedrijf? Een omgeving die verandert, die nieuwe vragen en verwachtingen heeft voor het agrarisch bedrijf. Welke ruimte zien boeren dan en waardoor wordt dat bepaald? En hoe is het bedrijf ingebed in de relaties met de context van het bedrijf?
 
Dat zijn de vragen van het onderzoek dat uitgevoerd is in de context van Kampereiland, een prachtig gebied met een rijke historie in de melkveehouderij. Door de bijzondere situatie van dit gebied zijn de omstandigheden waarin de 100 melkveehouders opereren sterk vergelijkbaar. Dat maakt het mogelijk om verschillen tussen ondernemers te onderzoek in de beleving van het speelveld voor bedrijfsontwikkeling. In een goede samenwerking met de Pachtersbond en De Stadserven (verpachter) is dit onderzoek uitgevoerd, een win/win voor praktijk en onderzoek. En ook een win voor het onderwijs: de uitkomsten van het onderzoek worden dit najaar al toegepast in het onderwijs van Aeres Hogeschool (nieuwe naam van CAH Dronten).
 
Alle reden om dit onderzoek mooi af te sluiten met een openbare verdediging in de Aula van Wageningen Universiteit, Generaal Foulkesweg 1 te Wageningen. Een commissie van 4 wetenschappers (Ruud Huirne, Ika Darnhofer, Lee-Ann Sutherland en Erik Matthijs) zal mij kritische bevragen over het onderzoek. Dit is de openbare verdediging. Van harte uitgenodigd!
 
Het begint om 16.00 uur precies met een Nederlandstalige introductie van mij op het onderzoek waarna om 16.15 de commissie in vol ornaat binnenkomt en mij vervolgens drie kwartier bevraagt. Daarna trekken zij zich terug en zal (als het goed gegaan is) om 17.15 uur de officiële promotie tot Doctor in de wetenschappen plaatsvinden. Aansluitend is er een receptie in hetzelfde gebouw tot 18.15 uur.
 
Het proefschrift is verkrijgbaar bij de verdediging en daar is ook een Nederlandstalige korte versie beschikbaar met interviews over het onderzoek en de verbinding met praktijk en onderwijs. Voor vragen over het proefschrift kun u contact opnemen via r.methorst@aeres.nl.