donderdag 10 november 2022

Stikstof: gooien we het kind met het badwater weg?

 

Ik ben bang ……. dat wij het kind met het badwater weg gaan gooien.

Door de enorme politieke druk die er is rond stikstof kunnen er zo maar grote besluiten vallen op basis van rekenmodellen, kaarten en tabellen (en politiek gewin). Het politieke probleem is dan ‘opgelost’, de uitwerking is dat veel in hun omgeving gewaardeerde boerenbedrijven geblokkeerd worden. Boeren die pionierend hun bedrijf zo inrichten dat het boerenbedrijf natuur en landschap juist versterkt. Boeren die voorloper zijn in kennis en inzicht en die laten zien dat het kan: als boer de natuur versterken.

Ik ben bang dat nu snel besluiten welke boeren moet stoppen op basis van rekenmodellen, tabellen en kaarten de basis onder hun bedrijf wegslaat. Want ze zitten maar zo te dicht op natuur, want hun koeien produceren ook stikstof en we moeten het wel ‘eerlijk’ doen, de regels moeten voor iedereen hetzelfde zijn. En vooral ‘hun’ stikstof is juist het probleem want ze zitten dicht bij natuur. Ik voorzie dat een norm op basis van een getal uit een tabel leidend gaat worden in de politieke besluiten, want een getal is ‘controleerbaar en handhaafbaar’ vanachter het bureau. Ik ben bang dat door de politisering van het debat, het ‘winnen’ van de politieke strijd belangrijker is dan het lange termijn effect.  

 

Waarom ben ik bang? Omdat het me echt raakt.

Het raakt mij omdat ik de potentie zie van zoveel boerenbedrijven om juist van grote maatschappelijke meerwaarde te zijn. Meerwaarde in versterken van natuur en landschap en in de sociale kant: de boerderij als plek waar ‘wij’ voedsel en natuur en cultuur kunnen beleven.

Het raakt mij omdat ik zoveel potentie zie voor de nieuwe generatie boeren in de boerendiversiteit in de studenten en jonge boeren. Ik zie hoe zij de mogelijkheden ontdekken voor natuur, voor landschap, voor regionale cultuur en voor sociale ontmoeting. Ik zie dat ze daarin al anders kunnen en willen ontwikkelen dan de vorige generatie. We werken hard om hen te voeden in het vinden van hun eigen visie, hun eigen rol binnen de hele boerendiversiteit aan bedrijven die we nodig hebben. Ik zie dat er echt studenten zijn die het actief oppakken om in de markt een plek te vinden waar ze de relatie met natuur en burger in hun bedrijf integreren. Mijn angst is dat die jonge, geïnspireerde boeren straks in hun visie en plannen onderuit geschoffeld worden door een dimensionale besluiten op basis van modellen, kaarten en tabellen.

 

Waarom ben ik bang? Omdat het eerder ook zo is gegaan.

In de regels van de afgelopen decennia zijn te vaak door de opzet van de regelgeving de bedrijven beloond die het meest bijdragen aan juist dat wat niet volhoudbaar is. Denk aan de fosfaatrechten: die zijn niet ingesteld op basis van de mate waarin bedrijven grondgebonden zijn maar op basis van het aantal dieren dat je had, grond of niet, dat maakte niet uit. De boeren die investeerden in meer grond visten zo achter het net. Had je de stallen overvol dan kreeg je rechten. De grootste veroorzaker krijgt steeds weer de meeste rechten. De aangrijpende documentaire ‘De kleine oorlog van boer Kok’ is een treffende illustratie hiervan (overigens ook van de onmacht van de boer die zich vervolgens uit in onhandige communicatie).

 

Maar het gaat toch om voedsel? Ja natuurlijk, dat is prioriteit 1 tot en met 10

Voor al dat voedsel zijn echt heel veel en heel goed georganiseerde boerenbedrijven nodig met een goed georganiseerde voedselverwerking en logistiek. Elke dag vertrouwen tientallen miljoenen Europeanen op voedsel dat er ‘gewoon’ is. Die productiefocus bedrijven moeten de balans met ecologie en landschap herstellen, tegelijk is en blijft volume in voedselproductie hun basis met een daar ook bij passende schaalgrootte om te kunnen investeren in slimme technieken. Zij kunnen met die techniek ook juist de ecologie weer versterken, denk aan gps toepassing. Wat betreft de locatie van die productiefocus bedrijven, dat is inderdaad een goede vraag waar een open gesprek over (on)mogelijkheden gewoon gevoerd moet worden. En dat kan inderdaad betekenen dat verplaatsen van die productiefocus bedrijven gewoon een logische stap is, en soms is die stap pijnlijk, soms is het ook juist een kans.

 

Ach hoe erg is het als bedrijven stoppen, dat zijn toch mooie woonkavels?

Dat gaat dan inderdaad gebeuren, mooie prachtig gelegen villa’s voor de financieel bevoorrechten met goede netwerken. Die werken elders en hebben geen sociale en ecologische en landschappelijke meerwaarde voor de plek waar ze wonen. Zij gaan dat landschap niet onderhouden. Dat onderhoud dat als vanzelf meegaat met de boerenfamilies die het boerenvak steeds weer opnieuw vorm geven, meebewegend met veranderingen. Die nu ook mee kunnen en zullen veranderen naar boerderijen waar  het ‘verzorgen’ van ‘onze’ ecologie en ‘ons’ landschap en ‘onze’ gebiedscultuur weer bij de kern van de boerderij hoort. Dat kan en zal gebeuren als ‘wij’ daar een gezonde economische basis voor geven, niet als subsidie maar omdat ze als ondernemer ‘ons’ een belangrijke dienst leveren.

 

Zijn er kansen om de rijkdom van het boerenbedrijf toch wel te ‘redden’?

Even terug naar 20 jaar geleden, de ammoniakarme stallen werden verplicht, behalve voor biologische bedrijven. Dat is gek natuurlijk, ‘biologische’ ammoniak heeft echt hetzelfde effect. Toch is hier toen voor gekozen, want anders zou biologische veehouderij stoppen, geen stallenbouwbedrijf zou namelijk investeren in nieuwe stalsystemen voor dat kleine aantal boeren. Dus ja, we kunnen slim dingen regelen. Creëer een speciale positie voor bedrijven die daadwerkelijk voor hun eigen plek van meerwaarde zijn. Niet omdat ze ‘beter’ zijn dan de grote voedsel productiefocus bedrijven, maar simpelweg omdat we ze echt nodig hebben voor onze samenleving om juist als boerenbedrijf verzorger te zijn van lokale ecologie, regionaal landschap, regionale voedsel cultuur en voor sociale ontmoeting.

Minister Adema en Minister Van der Wal, ik hoop dat mijn angst onterecht zal blijken te zijn.

Veel wijsheid gewenst, de jonge boeren die ik dagelijks ontmoet staan klaar om de toekomst vorm te geven, ze hebben daar heldere kaders bij nodig, kaders die mogelijkheden geven om van meerwaarde te kunnen zijn.

 

Ron Methorst

Lector Omgevingsinclusief Ondernemen

Aeres Hogeschool Dronten

 

Twee links naar berichten in de media in lijn met mijn verhaal:

https://www.ekoland.nl/artikel/579830-moet-brabantse-biologische-boer-veld-ruimen-door-zwalkend-stikstofbeleid/

https://fd.nl/economie/1440102/boeren-strijden-om-de-schaarse-ruimte-voor-mest?utm_medium=social&utm_source=app&utm_campaign=earned&utm_content=20221022&utm_term=app-ios

maandag 11 juli 2022

Relatietherapie Boeren en Burgers

 20 augustus, festival Graceland in Zeewolde, een tent met 150 plaatsen. Onderwerp: boeren en burgers: waar zit de verwondering van ieder rondom voedsel en voedselproductie en waar zit ook de pijn van een ieder rondom voedsel en voedselproductie?

Met ook doorkijkje naar boeren en burgers die elkaar vinden, want dat gebeurt steeds meer!

https://gracelandfestival.nl/programma/553700

Wij krijgen de landbouw die wij willen

 

De stikstofcrisis is in volle hevigheid losgebarsten. De opgave is groot, de spanningen zo mogelijk nog groter. Er gaat veel gebeuren, er gaan veranderingen komen. Panelen gaan schuiven en dan komt de cruciale vraag: waar ‘ligt het perspectief voor boeren die verder gaan?’. Welke ruimte is er nog wel en hoe kan die ruimte ook ontwikkeld en benut worden? Twee lijnen zijn cruciaal: voedsel is en blijft de belangrijkste basis en vervolgens de belangrijke vraag hoe het boerenbedrijf van meerwaarde is en kan zijn voor de omgeving van dat bedrijf. Een paar gedachten om dit verder uit te werken.

Voedsel

Het produceren van voedsel is en blijft voor de boeren als geheel prioriteit 1 tot en met 10. Enorme hoeveelheden voedsel zijn elke dag weer nodig in Noord West Europa. Nederland vervult nu een belangrijke rol met veel productiegerichte bedrijven en een krachtig netwerk van verwerkende bedrijven. We lopen tegen grenzen aan, de mate waarin er ruimte blijft in Nederland wordt vooral bepaald door het effect van het bedrijf op de omgeving waar het boerenbedrijf staat. Dit is dan zowel de fysieke omgeving (zoals landschap, natuur, water) als de sociale omgeving (relatie met de burgers en maatschappij). Dit kan dus ook betekenen dat een locatie niet langer geschikt is voor bepaalde types bedrijven. Als de negatieve effecten op de omgeving te groot zijn zal er een keuze nodig zijn. Tegelijk, wat nu als we manieren vinden waardoor het boerenbedrijf juist positieve effecten heeft op de omgeving?

Boerderij als drager regionale meerwaarde

Daar tekent zich ook een perspectief af waar boerenbedrijven weer ontwikkelen kunnen. Want het boerenbedrijf is vanouds de drager van de regionale identiteit. Door de combinatie van grondsoort en de rol van water op die plek is een grote diversiteit aan landbouwbedrijven ontstaan. Streekeigen boerderijen die een streek typisch landschap vormden met een eigen daarbij passende ecologische ontwikkeling. Boerderijen als plekken waar men samen werkte om seizoenswerk te klaren, met oogstfeesten om samen te vieren. Boerderijen als plekken waar streek typische gerechten gemaakt worden, waar ook ruimte is voor diversiteit aan mensen en talenten. Boerderijen die dus door het ‘boeren’ een bron waren van meerwaarde voor de omgeving. Een waarde die vanzelfsprekend was. Een boer ging niet ‘landschap’ maken, of ‘sociale samenhang’ organiseren. Dat gebeurt als resultaat van het ‘boeren’.

Meerwaarde weer deel van boerenbedrijf maken

Het automatisme dat deze positieve effecten ‘vanzelf’ ontstaan is weggevallen door de eenzijdige focus op efficiënte productie per uur en per ha, dit maakt dat alles wat niet productief is automatisch wegvalt. Dan valt er veel ‘van de wagen’: het boerenbedrijf dat de streekeigen kenmerken versterkt, de ecologische omgeving verrijkt en sociale samenhang biedt. We moeten dus op een nieuwe manier het principe dat het boerenbedrijf waarde voor de omgeving creëert organiseren. Elk boerenbedrijf zal zichzelf opnieuw die vraag moeten stellen: hoe ben ik van meerwaarde voor mijn omgeving? Wat maakt dat mijn omgeving mij graag ziet op deze plek, wat maakt dat ik mijn omgeving verrijk? Dat kan in gradaties en het zal verschillend zijn tussen bedrijven, er is ook ruimte voor een grote boerendiversiteit. Afhankelijk van de voorkeur van ondernemer, kenmerken van het bedrijf en de mogelijkheden in de omgeving zal elk bedrijf een eigen mix moeten vinden. Een mix waarin de boer enerzijds als ondernemer het bedrijf  moet ‘runnen’ en tegelijk waar de boer ook het ‘boer zijn’ als verzorger van land en verzorger van vee centraal kan stellen. En zo een bedrijfsopzet terugvinden waarin die meerwaarde voor de fysieke en sociale omgeving weer groeien kan en mag. Waarin natuur en landschap floreert en waarin ook de relatie met de burger opnieuw inhoud krijgt, waarin de burger ook actief betrokken kan zijn bij de boer, wie weet zelfs financieel.

Breed effect op samenleving

Boerenbedrijven die de regionale identiteit van landschap en voedsel versterken dragen ook bij aan een ‘thuis’ beleving. Een wereld vol onrust heeft behoefte aan een plek waar je voelt: dit is ‘mijn’ regio, ik zie het aan landschap en natuur en ik kan het beleven door en bij de boeren. Ik ben overtuigd van de positieve uitwerking hiervan op de maatschappij, een maatschappij vol onrust, vol prikkels en grote veranderingen waar je als burger geen invloed op hebt maar die je mentale welzijn wel beïnvloeden. Daarom is het zo belangrijk dat juist in de eigen woonomgeving die ‘thuis’ ervaring concreet kan worden, de rust van seizoenen, van het land waar voedsel groeit en de boerderij waar je rust beleeft. Boeren hebben hiervoor belangrijke sleutels, daar ligt perspectief wat we kunnen en moeten ontsluiten.

Het gaat niet vanzelf

Soms hoor je: als de boer maar meer marge overhoudt op het product kan en zal de boer duurzamer werken. Dat is hetzelfde als denken dat 100 euro voor ieder huishouden beschikbaar maken automatisch betekent dat zij dan sociale doelen zullen ondersteunen. Mensen en dus ook boeren optimaliseren hun leven en bedrijf op basis van de sturende krachten in de omgeving. Daarom is het cruciaal dat er sturende krachten komen die juist richten op de meerwaarde van het boerenbedrijf mogelijk maken en stimuleren.

Een ‘heilige graal’ zou zijn als er een link te leggen is naar gezondheid, gezondheid als gevolg van de kwaliteit van het voedsel en de keuzes in het dieet. Maar ook gezondheid door burgers de meerwaarde van het boerenbedrijf als rustpunt ervaren. En gezondheid doordat burgers zich ook verbinden met boeren en zo meer sociale samenhang ontstaat. Als we dat sturend kunnen maken met gelden voor preventief gezondheidsbeleid komt er echt veel in beweging.

Ron Methorst

Lectoraat Omgevinginclusief Ondernemen

Aeres Hogeschool Dronten

r.methorst@aeres.nl