maandag 11 juli 2022

Wij krijgen de landbouw die wij willen

 

De stikstofcrisis is in volle hevigheid losgebarsten. De opgave is groot, de spanningen zo mogelijk nog groter. Er gaat veel gebeuren, er gaan veranderingen komen. Panelen gaan schuiven en dan komt de cruciale vraag: waar ‘ligt het perspectief voor boeren die verder gaan?’. Welke ruimte is er nog wel en hoe kan die ruimte ook ontwikkeld en benut worden? Twee lijnen zijn cruciaal: voedsel is en blijft de belangrijkste basis en vervolgens de belangrijke vraag hoe het boerenbedrijf van meerwaarde is en kan zijn voor de omgeving van dat bedrijf. Een paar gedachten om dit verder uit te werken.

Voedsel

Het produceren van voedsel is en blijft voor de boeren als geheel prioriteit 1 tot en met 10. Enorme hoeveelheden voedsel zijn elke dag weer nodig in Noord West Europa. Nederland vervult nu een belangrijke rol met veel productiegerichte bedrijven en een krachtig netwerk van verwerkende bedrijven. We lopen tegen grenzen aan, de mate waarin er ruimte blijft in Nederland wordt vooral bepaald door het effect van het bedrijf op de omgeving waar het boerenbedrijf staat. Dit is dan zowel de fysieke omgeving (zoals landschap, natuur, water) als de sociale omgeving (relatie met de burgers en maatschappij). Dit kan dus ook betekenen dat een locatie niet langer geschikt is voor bepaalde types bedrijven. Als de negatieve effecten op de omgeving te groot zijn zal er een keuze nodig zijn. Tegelijk, wat nu als we manieren vinden waardoor het boerenbedrijf juist positieve effecten heeft op de omgeving?

Boerderij als drager regionale meerwaarde

Daar tekent zich ook een perspectief af waar boerenbedrijven weer ontwikkelen kunnen. Want het boerenbedrijf is vanouds de drager van de regionale identiteit. Door de combinatie van grondsoort en de rol van water op die plek is een grote diversiteit aan landbouwbedrijven ontstaan. Streekeigen boerderijen die een streek typisch landschap vormden met een eigen daarbij passende ecologische ontwikkeling. Boerderijen als plekken waar men samen werkte om seizoenswerk te klaren, met oogstfeesten om samen te vieren. Boerderijen als plekken waar streek typische gerechten gemaakt worden, waar ook ruimte is voor diversiteit aan mensen en talenten. Boerderijen die dus door het ‘boeren’ een bron waren van meerwaarde voor de omgeving. Een waarde die vanzelfsprekend was. Een boer ging niet ‘landschap’ maken, of ‘sociale samenhang’ organiseren. Dat gebeurt als resultaat van het ‘boeren’.

Meerwaarde weer deel van boerenbedrijf maken

Het automatisme dat deze positieve effecten ‘vanzelf’ ontstaan is weggevallen door de eenzijdige focus op efficiënte productie per uur en per ha, dit maakt dat alles wat niet productief is automatisch wegvalt. Dan valt er veel ‘van de wagen’: het boerenbedrijf dat de streekeigen kenmerken versterkt, de ecologische omgeving verrijkt en sociale samenhang biedt. We moeten dus op een nieuwe manier het principe dat het boerenbedrijf waarde voor de omgeving creëert organiseren. Elk boerenbedrijf zal zichzelf opnieuw die vraag moeten stellen: hoe ben ik van meerwaarde voor mijn omgeving? Wat maakt dat mijn omgeving mij graag ziet op deze plek, wat maakt dat ik mijn omgeving verrijk? Dat kan in gradaties en het zal verschillend zijn tussen bedrijven, er is ook ruimte voor een grote boerendiversiteit. Afhankelijk van de voorkeur van ondernemer, kenmerken van het bedrijf en de mogelijkheden in de omgeving zal elk bedrijf een eigen mix moeten vinden. Een mix waarin de boer enerzijds als ondernemer het bedrijf  moet ‘runnen’ en tegelijk waar de boer ook het ‘boer zijn’ als verzorger van land en verzorger van vee centraal kan stellen. En zo een bedrijfsopzet terugvinden waarin die meerwaarde voor de fysieke en sociale omgeving weer groeien kan en mag. Waarin natuur en landschap floreert en waarin ook de relatie met de burger opnieuw inhoud krijgt, waarin de burger ook actief betrokken kan zijn bij de boer, wie weet zelfs financieel.

Breed effect op samenleving

Boerenbedrijven die de regionale identiteit van landschap en voedsel versterken dragen ook bij aan een ‘thuis’ beleving. Een wereld vol onrust heeft behoefte aan een plek waar je voelt: dit is ‘mijn’ regio, ik zie het aan landschap en natuur en ik kan het beleven door en bij de boeren. Ik ben overtuigd van de positieve uitwerking hiervan op de maatschappij, een maatschappij vol onrust, vol prikkels en grote veranderingen waar je als burger geen invloed op hebt maar die je mentale welzijn wel beïnvloeden. Daarom is het zo belangrijk dat juist in de eigen woonomgeving die ‘thuis’ ervaring concreet kan worden, de rust van seizoenen, van het land waar voedsel groeit en de boerderij waar je rust beleeft. Boeren hebben hiervoor belangrijke sleutels, daar ligt perspectief wat we kunnen en moeten ontsluiten.

Het gaat niet vanzelf

Soms hoor je: als de boer maar meer marge overhoudt op het product kan en zal de boer duurzamer werken. Dat is hetzelfde als denken dat 100 euro voor ieder huishouden beschikbaar maken automatisch betekent dat zij dan sociale doelen zullen ondersteunen. Mensen en dus ook boeren optimaliseren hun leven en bedrijf op basis van de sturende krachten in de omgeving. Daarom is het cruciaal dat er sturende krachten komen die juist richten op de meerwaarde van het boerenbedrijf mogelijk maken en stimuleren.

Een ‘heilige graal’ zou zijn als er een link te leggen is naar gezondheid, gezondheid als gevolg van de kwaliteit van het voedsel en de keuzes in het dieet. Maar ook gezondheid door burgers de meerwaarde van het boerenbedrijf als rustpunt ervaren. En gezondheid doordat burgers zich ook verbinden met boeren en zo meer sociale samenhang ontstaat. Als we dat sturend kunnen maken met gelden voor preventief gezondheidsbeleid komt er echt veel in beweging.

Ron Methorst

Lectoraat Omgevinginclusief Ondernemen

Aeres Hogeschool Dronten

r.methorst@aeres.nl


1 opmerking: