Een mooi artikel in Pigbusiness waarin woordvoerder Dé van de Riet van de belangenbehartigersorganisatie voor slachterijen en vleesverwerkers COV en het voorlichtings- en informatieplatform Vlees.nl uitlegt dat gesprek over 'feiten' belangrijk is maar niet DE oplossing, juist de onderliggende waarden zijn belangrijk.
Hier de link naar het artikel 'Boeren moeten zich niet blind staren op feiten, maar meer hun waarden delen met burger'
Blog van Ron Methorst, lector Omgevingsinclusief Ondernemen, werken aan landbouw in betere balans met de sociale en fysieke omgeving.
donderdag 11 april 2019
zaterdag 23 maart 2019
Ondertussen in Oekraine: heel, heel veel vleeskippen
In Oekraine zijn ze ook goed in letterlijk lezen van de wetteksten, import van geslachte kip met botten kan buiten de quota om.... dan is een deal met een Nederlands uitsnijderij toch gauw gemaakt?
slimme jongens die Hollanders, uh, Oekrainers.
Ondertussen is het voor Nederlandse producten weer een slag moeilijker.
Een kleine aantekening, toch even voor het totaal plaatje: Nederlandse uitgelegde legkippen gaan in grote aantallen de Afrikaanse markten op, ook niet zo fijn voor de kippenvleesproducenten daar.
Tja, vrijhandel zeggen we dan.
Artikel Down to Earth Magazine vleeskippen Oekraine
slimme jongens die Hollanders, uh, Oekrainers.
Ondertussen is het voor Nederlandse producten weer een slag moeilijker.
Een kleine aantekening, toch even voor het totaal plaatje: Nederlandse uitgelegde legkippen gaan in grote aantallen de Afrikaanse markten op, ook niet zo fijn voor de kippenvleesproducenten daar.
Tja, vrijhandel zeggen we dan.
Artikel Down to Earth Magazine vleeskippen Oekraine
Europa moet niet afhankelijk willen zijn van soja uit Zuid Amerika
Via twitter vond ik deze afbeelding, alle locaties van boten geladen met soya op de oceanen.
het merendeel is op weg naar China.
des temeer reden om te werken aan eiwit productie in Europa. We hebben de gronden, we weten hoe het moet, het is ook nog goed voor de bodem (N-binding). Dus doen zou ik zeggen. Waarom gebeurt het nog niet cq te weinig? Import via de haven is goedkoper en het helpt natuurlijk niet dat het onrustig is in Oekraine waar ongelooflijk veel grond is die ontzettend veel kan produceren.
Maar zeg nu zelf, we willen toch niet over 10 jaar nog steeds afhankelijk zijn van soja import voor ons vee? Als China het echt nodig heeft komen die boten misschien niet meer onze kant op...
afbeelding gevonden op twitter account van Karen Braun: @kannbwx
woensdag 23 november 2016
Dit gaat over auto’s en parkeren, NIET over melkveehouders en fosfaatplafond
In een straat met 100 huizen
zijn 100 parkeerplaatsen. Elk huis heeft een grote en een kleine auto, 1
geparkeerd op eigen oprit, 1 geparkeerd op straat. 15 bewoners besluiten om de
eigen oprit zo in te richten dat beide auto’s daar kunnen staan. De vrijgekomen
parkeerplaatsen blijven niet lang leeg, al gauw is er bij 15 woningen een auto
bijgekomen. De parkeerplaatsen zijn dus weer vol. Het is druk in de straat,
maar het gaat net.
Dan komt er nieuws: er
worden extra parkeerplaatsen gemaakt.
Al snel worden er auto’s
bijgekocht, bij 10 woningen komen er 2 auto’s bij, bij nog eens 15 woningen 1
auto. Die 35 nieuwe auto’s passen echter niet op de nieuwe parkeerplaats, die blijkt
na de aanleg namelijk maar plaats te hebben voor 10 auto’s. Het wordt dus al
snel een redelijke chaos in de straat door dubbel geparkeerde auto’s en opstoppingen.
De burgemeester en
wethouder worden erbij gehaald, er is een groot probleem. Even krijgt de
wethouder zelfs de schuld dat hij het niet goed aan heeft zien komen, dit had
hij op moeten lossen.
Na een buurtoverleg was
men eruit: er moet meer parkeerruimte komen, een kleinere auto neemt minder
ruimte in, dus simpel: bij elk huis moet van de oorspronkelijke 2 auto’s de grote
ingeruild worden voor een kleine.
Ja maar, zeggen de mensen
die beide auto’s op eigen oprit konden parkeren, hoe zit dat nou? Wij gebruiken
de openbare parkeerplaats niet eens, waarom moeten wij dan iets inleveren? Gestraft voor een probleem dat we niet gemaakt hebben?
Maar de burgemeester en
wethouder zaten met een dilemma. Al die extra auto’s die gekocht waren, waren
namelijk wel goed voor de omzet van het garagebedrijf, en dat was toch ook wat
waard. En, tja, de wetgeving
wordt anders te ingewikkeld, met uitzonderingen enzo. Nee, we houden het zo.
Iedereen moet een grote auto inruilen voor een kleine.
Mocht iemand een
gelijkenis zien met melkveehouderij, dan berust dat puur op toeval.
Wat nu als je als burger 'extra dingen' moet doen op eigen kosten?
Je hoort nogal eens dat boeren meer moeten doen voor de inkomenssteun die hij ontvangt, die vraag of verwachting is is echter echt slecht onderbouwd en stemmingmakend, er spreekt uit dat je het beeld hebt dat de boeren met gemeenschapsgeld gesponsord zouden worden om zo goedkoop mogelijk te produceren. Je hebt geen oog voor het hele pakket aan politieke keuzes. Zeker, de landbouw heeft binnen die politieke keuzes en economische randvoorwaarden keuzes gemaakt over de ontwikkeling van hun bedrijven. Daarbij zijn zij echt niet ‘heilig’, als je economie leidend laat zijn, zijn vrijwel alle mensen (in ALLE sectoren) nu eenmaal geneigd veel op te willen offeren voor meer rendement (denk aan de kleding industrie en de fabrieken in Bangladesh). Dus moet er goede regulering zijn.
Maar stel nu dat ik het volgende zeg: ‘jouw woning staat op een plaats waar ook natuur had kunnen zijn, dus prima, jij mag daar blijven wonen, we snappen ook wel dat je ergens moet wonen. Maar je hebt door daar te wonen wel een negatief effect op de natuur. Dat moet je wel compenseren natuurlijk, we kunnen dit niet zomaar laten gebeuren toch? Je hebt die woning eerlijk gekocht of gehuurd? Ja natuurlijk, daar zeggen we toch ook niets van, dat mag je ook blijven doen. ‘Maar ik ben toch niet de enige, er zijn er zoveel meer, wat ik doe valt toch in het niet bij het geheel?’ Ja, natuurlijk, maar nu hebben we het over jouw effect op de natuur die er had kunnen zijn op de plek waar je woont. Dus we ontkomen er niet aan dat je het moet compenseren, je moet bijvoorbeeld kiezen uit een pakket maatregelen: op 2 middagen per week ga je slootkanten onderhoud doen, of op 2 middagen per week ga je het oprukkende Ambrosia plantje bestrijden door het handmatig te verwijderen, of je gaat 2 middagen per week onderhoud doen in moerasachtige gebieden door het open te houden. Je mag het ook doen door het af te kopen overigen, dan ga jij die dagen gewoon werken maar betaal je iemand anders die het voor je doet
En je inkomen dan? je begrijpt dat we je die 2 middagen niet kunnen betalen, natuurlijk niet, het is compensatie voor het feit dat jij woont waar je woont/werkt waar je werkt/studeert waar je studeert. Dus natuurlijk krijg je daar geen inkomen voor. Wordt je inkomen daardoor minder? Tjsa, daar kunnen wij ook niets aan doen, dan moet je je andere middagen maar beter vermarkten zodat die beter betaald worden, daar moet je gewoon een beter marketing concept voor uitwerken zodat je meer betaald wordt in je productieve uren. Er is veel concurrentie op die arbeids markt zeg je? Dus je kunt die extra prijs niet vragen of krijgen? Hm, ja, goed punt, zeker, is inderdaad lastig. daar moet je dan nog eens goed over nadenken. We hebben er alle vertrouwen in dat het je gaat lukken.’
Flauw verhaal? Zeker, misschien wel, maar toch, leg het eens naast wat gevraagd wordt van agrarisch ondernemers in relatie tot natuur en landschap, er zitten verbazingwekkend veel overeenkomsten in. Het voelt toch anders als het over jezelf gaat.
zaterdag 29 oktober 2016
Welkom bij verdediging van mijn proefschrift, vrijdag 18 nov 16 uur Aula WUR
Wat in 2010 begin met een vraag leidt in 2016 tot een proefschrift. Hoe beleven boeren het speelveld voor de ontwikkeling van hun bedrijf? Een omgeving die verandert, die nieuwe vragen en verwachtingen heeft voor het agrarisch bedrijf. Welke ruimte zien boeren dan en waardoor wordt dat bepaald? En hoe is het bedrijf ingebed in de relaties met de context van het bedrijf?
Dat zijn de vragen van het onderzoek dat uitgevoerd is in de context van Kampereiland, een prachtig gebied met een rijke historie in de melkveehouderij. Door de bijzondere situatie van dit gebied zijn de omstandigheden waarin de 100 melkveehouders opereren sterk vergelijkbaar. Dat maakt het mogelijk om verschillen tussen ondernemers te onderzoek in de beleving van het speelveld voor bedrijfsontwikkeling. In een goede samenwerking met de Pachtersbond en De Stadserven (verpachter) is dit onderzoek uitgevoerd, een win/win voor praktijk en onderzoek. En ook een win voor het onderwijs: de uitkomsten van het onderzoek worden dit najaar al toegepast in het onderwijs van Aeres Hogeschool (nieuwe naam van CAH Dronten).
Alle reden om dit onderzoek mooi af te sluiten met een openbare verdediging in de Aula van Wageningen Universiteit, Generaal Foulkesweg 1 te Wageningen. Een commissie van 4 wetenschappers (Ruud Huirne, Ika Darnhofer, Lee-Ann Sutherland en Erik Matthijs) zal mij kritische bevragen over het onderzoek. Dit is de openbare verdediging. Van harte uitgenodigd!
Het begint om 16.00 uur precies met een Nederlandstalige introductie van mij op het onderzoek waarna om 16.15 de commissie in vol ornaat binnenkomt en mij vervolgens drie kwartier bevraagt. Daarna trekken zij zich terug en zal (als het goed gegaan is) om 17.15 uur de officiële promotie tot Doctor in de wetenschappen plaatsvinden. Aansluitend is er een receptie in hetzelfde gebouw tot 18.15 uur.
Het proefschrift is verkrijgbaar bij de verdediging en daar is ook een Nederlandstalige korte versie beschikbaar met interviews over het onderzoek en de verbinding met praktijk en onderwijs. Voor vragen over het proefschrift kun u contact opnemen via r.methorst@aeres.nl.
maandag 3 oktober 2016
Techniek en ecologie: beide nodig
Vandaag, 3 oktober 2016, was de start-top van het later dit jaar te tekenen Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Land en Tuinbouw. Op de Eemlandhoeve kwamen Liliane Ploumen en Martijn van Dam om deze start top kracht bij te zetten. NAJK, LTO (Hans Huijbers), Youth Food Movement, om maar een paar aanwezige organisaties te noemen.
Na een gesprek in de voorfase schreef ik onderstaande tekst, 'Landbouw die meervoudig Voedt', Want de maatschappij heeft meer nodig dan alleen het voedingsmiddel dat de landbouw produceert. En omdat techniek en ecologie beide nodig zijn, het is geen of-of.
Geen korte blog, even een tekst van 3 A4 :-), het onderwerp verdient het.
Landbouw die meervoudig voedt.
Na een gesprek in de voorfase schreef ik onderstaande tekst, 'Landbouw die meervoudig Voedt', Want de maatschappij heeft meer nodig dan alleen het voedingsmiddel dat de landbouw produceert. En omdat techniek en ecologie beide nodig zijn, het is geen of-of.
Geen korte blog, even een tekst van 3 A4 :-), het onderwerp verdient het.
Landbouw die meervoudig voedt.
Landbouw is een integraal
deel van onze samenleving. Het is zo integraal dat wij als samenleving die
landbouw eigenlijk als vanzelfsprekend zien. ‘Het is er en het zorgt voor ons
voedsel, prima, nu verder met mijn eigen bezigheden’. Die vanzelfsprekendheid is een direct gevolg
van het enorme succes van die landbouw. Elke dag weer zorgt de landbouw, of
misschien beter, het agrofood complex, dat de schappen vol liggen met een breed
scala aan producten. Dit is het resultaat van al die mensen, organisaties en
bedrijven in agrofood die steeds weer innovatief en ondernemend de uitdagingen
opgepakt hebben en dat nog steeds doen. Het succes van agrofood is een
belangrijke pijler onder de Nederlandse economie. Agrofood opereert binnen die
economie en volgens de economische wetmatigheden. Productiekosten en marges zijn
leidend voor de keuzes die gemaakt worden. Een economie waarin succesvolle
bedrijven groeien, waarin rationalisatie, specialisatie en optimalisatie leidt
tot het agrofood complex dat wij nu kennen. Gecombineerd met de Nederlandse
handelsgeest is dit de basis voor een wereldwijd bekend, hoog productief
agrofood complex.
Nu, anno 2016, wordt steeds
meer en steeds duidelijker zichtbaar wat dit betekent voor de omgeving waarin
het agrocomplex opereert: het landschap, natuurwaarden, de buren. En voor de
relatie van de samenleving met zowel de agrofood wereld als de boeren en hun
bedrijven. De afstand tussen boeren en burgers, tussen boeren en buren, tussen
voedsel consumeren en voedsel produceren is sterk vergroot. Ook de uitdagingen
rond duurzaamheid worden steeds zichtbaarder en concreter. In die uitdaging
rond duurzaamheid en ook dierenwelzijn zijn al hele grote stappen gezet in de
laatste 20 jaar. Veelal met technologische oplossingen zijn we in staat om de
impact van landbouwproductie op de omgeving sterk terug te dringen per eenheid
productie. Tegelijk is er een sterke schaalvergroting gaande waardoor een
landbouwbedrijf een groot aantal eenheden produceert en daardoor toch de
grenzen van de belastbaarheid van de directe omgeving nadert en vaak ook
overstijgt. Die schaalvergroting is al tientallen jaren gaande in diverse
takken van de landbouwproductie. De recente stormachtige ontwikkelingen in de
melkveehouderij hebben het echter scherper zichtbaar gemaakt voor de
samenleving. Door de vrij plotseling duidelijk wordende schaalvergroting in de
melkveehouderij is het bewustzijn over de effecten daarvan in bredere lagen van
de bevolking getriggerd dan tot nu toe. Een kenmerkend voorbeeld is het
benoemen van ‘landschapspijn’ in een column waarin de schrijver zich realiseert
dat het bekende platteland niet meer het bekende platteland is. Een realisatie
die letterlijk als verlies ervaren wordt, als pijn.
De landbouw en daarmee
het hele agrofood complex en daarmee dus ook de samenleving als geheel staat
voor een uitdaging om de ontwikkeling van de productie voor de komende decennia
vorm te geven. Wat voor landbouw willen we eigenlijk? Hoe gaan we de uitdaging
om de productie te verduurzamen vormgeven? Welke kennis gaan we daarvoor
ontwikkelen en wie betrekken we daarbij? Door de jaren heen tekent zich af dat
hier twee hoofdroutes zijn.
Eén route is die waarbij agro-technologie een centrale rol speelt en waarbij de ruimte voor ontwikkeling bepaald wordt door de economische principes die leidend zijn voor productie en consumptie. De agro-technologie route bouwt voort op het succes van de laatste tientallen jaren waarin grote stappen vooruit worden gezet. Dit is een route die het mogelijk maakt om grote hoeveelheden product van een standaard kwaliteit op heel veel plaatsen aan te kunnen bieden aan de consumenten. Een simpele rekensom laat zien dat Duitsland elke dag 40 miljoen eieren nodig heeft. Dat vraagt om efficiënte en effectieve productie.
Eén route is die waarbij agro-technologie een centrale rol speelt en waarbij de ruimte voor ontwikkeling bepaald wordt door de economische principes die leidend zijn voor productie en consumptie. De agro-technologie route bouwt voort op het succes van de laatste tientallen jaren waarin grote stappen vooruit worden gezet. Dit is een route die het mogelijk maakt om grote hoeveelheden product van een standaard kwaliteit op heel veel plaatsen aan te kunnen bieden aan de consumenten. Een simpele rekensom laat zien dat Duitsland elke dag 40 miljoen eieren nodig heeft. Dat vraagt om efficiënte en effectieve productie.
De andere route is die
waarbij agro-ecologie belangrijk is en waarbij de verbinding met de consument
nadrukkelijk gezocht wordt. De agro-ecologie route kent een breed spectrum aan
productie waarbij niet primair de kostprijs centraal staat maar het produceren
van een product dat op meerdere aspecten van waarde is voor de samenleving. De
nadruk op ecologie als basis en de verbinding met de consument als mens creëert
producten met een toegevoegde waarde op heel andere terreinen als puur een
voedingsproduct.
Een discussie welke van
deze twee routes beter is, is eindeloos, vruchteloos en ook zinloos. Er is niet
één weg en beide routes kunnen naast elkaar bestaan. Een consument kan producten uit zowel de agro-technologische en
de agro-ecologische route kopen op verschillende momenten en daarbij op al die
momenten content zijn met de waarde die het biedt. De routes sluiten elkaar
niet uit. Tegelijk is het niet vanzelfsprekend dat beide routes dezelfde
mogelijkheden hebben om tot wasdom te komen. De agro-technologie route heeft
daarin een belangrijke voorsprong door de sterke verbinding met de huidige
structuur en opzet van het agro-food complex. De inbedding in de drijvende
krachten van de economie maakt dat er beperkt sturing of stimulering nodig is. Met duidelijke kaders
waarin de randvoorwaarden voor productie gesteld worden kan de productie zichzelf
ontwikkelen. Een belangrijke drijvende kracht is dat de agro-technologische
route veel inputs en veel techniek nodig heeft, dit biedt ruimte voor een breed
scala aan ondernemingen om diensten en producten te ontwikkelen. Belangrijk is
het duidelijk stellen van randvoorwaarden gekoppeld aan een stringent
handhavingsbeleid om effecten die negatief uitwerken op de duurzaamheid tegen
te gaan. Het voorkomen van ongewenste effecten gaat namelijk vrijwel altijd
gepaard met hogere productiekosten, kosten die binnen de economische
wetmatigheden zoveel mogelijk vermeden worden door de producenten. De
agro-ecologie route heeft door de aard van de productie een minder belastende
impact op de ecologische omgeving. Dit betekent dat er een maatschappelijke
meerwaarde is die tegelijk lastig in de prijs van het product te verdisconteren
is. Met andere woorden: de agro-technologische route heeft ‘de wind in de
zeilen’ en de agro-ecologische route moet laveren om ondanks tegenwind toch
vooruit te komen.
Doorkijkend naar het jaar
2040, wat voor landbouw is er dan? Hoe ziet dan de verbinding van de
samenleving met de landbouwproductie eruit? Welke productiesysteem is dan
sterk? Hoe is dan de verhouding van de productie met duurzaamheid? 2040 is ver
weg en tegelijk zijn de keuzes die we nu in 2016 maken mede bepalend voor die
wereld van 2040. Systemen met de wind mee zullen zich ontwikkelen en doorgaan,
maar hoe ziet het er uit voor de systemen die tegen de wind in moeten laveren?
De agro-technologische
benadering zal doorontwikkelen naar een agro-technologisch agro-food complex zijn
dat sterk gerobotiseerd is en waarin door de vereiste schaalgrootte geanonimiseerd
en geïsoleerd van de samenleving produceert. Dit systeem zal hoog efficiënt
zijn binnen de economische kaders. Afhankelijk van de ecologische kaders die de
wetgever oplegt zal het afwentelen van productie kosten op de maatschappij als
geheel meer of minder sterk zijn. Een hoog doorontwikkeld systeem, zeer
kapitaalsintensief, in hoge mate internationaal waar het gaat om geld en
productstromen. Een systeem waar sommige mensen van zullen genieten, waarin de
combinatie van economie en techniek leidt tot een hoog efficiënt
productiesysteem. Wat zal dit beteken voor het Nederlandse agrarisch
familiebedrijf? Zijn het dan nog agrarisch ondernemers? Of zijn het agrarisch
franchisenemers? De kapitaalstromen en daarmee de risico’s zijn zo groot, dit gaat
leiden naar een concentratie van middelen in een beperkt aantal handen.
Wellicht zijn er dan grote bedrijven die het geheel in handen hebben, van
productie tot verwerking en het verkopen aan de consument. Dit scenario zal
zich ontwikkelen en dat is in zichzelf ook geen probleem. Tegelijk zijn er wel
een aantal vragen te stellen die we nu, in 2016, wel echt onder ogen moeten
zien, waar we over moeten spreken en wellicht ook op moeten handelen.
Want hoe zit het met de
weerbaarheid van het systeem? Wat als er mogelijkheden ontstaan om economische
macht te misbruiken? Wie kan dat dan controleren? Wie kan afdwingen dat de
internationale product en geld stromen altijd door blijven gaan? Hoe zit het
met voedselzekerheid? En wat als het leidt tot een dusdanige isolatie van
productie dat de afstand van de consument tot de grond, het dier, de aarde echt
heel groot wordt? Als daarmee de afstand van de burger tot een belangrijk deel
van het leven, de verbinding met aarde en voedsel op afstand komt? De
agro-ecologische route biedt voor veel van de vragen die hierboven staan een
alternatief, een manier om boer en omgeving te verbinden, om landbouw te
bedrijven die in zichzelf waardevolle bijproducten levert als hoge
bodemkwaliteit, hogere biodiversiteit, hogere landschapswaarde, plaatsen waar
mensen, waar kinderen, in contact komen met de basis van leven: ons voedsel.
Er zijn op veel plekken
in ons mooie land boeren, ondernemers, families die pionierend bezig zijn om de
agro-ecologie op hun bedrijf de basis te laten zijn, ondanks de heersende
tegenwind. Die de verbinding met de mens in de samenleving maken, die plekken
bieden waar de eenvoud van voedselproductie in haar seizoenen, ritmes en
afhankelijkheid van de natuur beleefd wordt. Waar mensen ook mee denken over
het agrarisch bedrijf. Dit zijn broedplaatsen van innovatie, van andere
manieren om naar economie te kijken. Van waarde toevoegen met een hoofdletter
W.
Stel nu eens dat we niets
doen, is die agro-ecologische route dan nog aanwezig in 2040? Hebben ze een verdienmodel
weten te ontwikkelen waarin de meerwaarde van het productiesysteem leidt tot
geldstromen die dit ondersteunen? Is dan de kennis van die pioniers verspreid
naar andere ondernemers die graag aanhaken en willen leren? Zijn er dan nieuwe
economische modellen ontwikkeld om de burger ook financieel te betrekken bij
het boerenbedrijf? Is er dan kennis ontwikkeld over hoe werken met ecologisch
principes de bodemkwaliteit verhoogd waardoor de mest en mineralen weer
waardevol zijn?
Stel nu eens dat we in 2016
starten om de agro-ecologische route wat meewind te geven? Als we de kennis van
die pioniers actief ‘oogsten’ en daarmee ook bereikbaar maken voor andere
ondernemers die graag aanhaken. Want de agro-technologische route gaat leiden
tot heel veel boerenwoningen waar besloten zal worden om hun bedrijf te
stoppen, ze passen niet voldoende bij de agro-technologie. Ze zijn niet nodig.
Als die plaatsen nu eens plekken wordt waar de families aanhaken bij een
beweging die ervoor gezorgd heeft dat de kennis en ervaring van de pioniers
beschikbaar is. Dat die pioniers verder werken aan het uitbouwen van hun
bedrijf en tegelijk die route wijzen voor anderen.
Dan zou het zomaar kunnen
zijn dat er in 2040 twee routes naast elkaar zijn. Twee routes waardoor het geheel
weerbaarder, stabieler en dynamischer is. Waardoor de samenleving de verbinding
houdt met leven, met aarde, met voedsel. Waardoor er heel veel boerenwoningen
zijn waar families wonen die bijdragen met hun inzet en creativiteit aan de
verbinding van burger met zijn voedsel.
Abonneren op:
Posts (Atom)
